12 jaar Witte Tornado's
Ze hebben de schoonste naam van alle stadsdiensten: de Witte Tornado’s. Maar die eretitel verdienen ze dan ook dubbel en dik. De mannen en vrouwen die mee werk maken van een propere stad.
Je moet het immers maar doen: constant rommel opkuisen die anderen er gelegd hebben. In weer en wind. Altijd maar opnieuw. Ik apprecieer het dat onze tornado’s dat blijven volhouden. Op dinsdag 26 januari nodigden ze mij uit op hun teamdag.
In de meeste streken en gebieden zijn tornado’s een natuurramp. In Antwerpen zijn ze al 12 jaar een zegen. Niet voor niets vallen ze zo vaak in de prijzen: de Gouden Metropool, de Gouden Neus, enzovoort.
Als je hen belt is de openingsvraag: ‘waarmee kan ik u helpen?’
Daar word je op slag goed gezind van en het is een schoolvoorbeeld van klantvriendelijkheid.
Ik vind het geweldig dat ze hun werk graag goed doen omdat ze fier zijn op hun stad. De organisator van het jaarlijks bal van de burgemeester vertelde mij ooit deze anekdote:
“We waren bezig met de opbouw van het bal en er lag veel vuiligheid in het gras rond de hangar aan de Scheldekaaien. Er passeerde één tornado die toevallig die dag van dienst was op de busparking daar vlakbij. Die man zag ons opbouwen en zag ook de viezigheid. Zonder dat we hem ook maar iets gevraagd hebben en zonder dat hij wist wat er die avond te doen was, heeft die man direct zijn collega’s gebeld. Binnen de kortste keren was alles spic en span. En toen we de man vroegen hoe het kwam dat daar plots zomaar uit het niets een ploeg getoverd stond, zei hij : “Ik wil niet dat de mensen die naar hier komen een slecht gedacht krijgen van deze stad'.”
Dat verhaal vergeet ik niet.
Windkracht meet men in Beaufort. Tornado’s meet men in Fujita’s. Van mij krijgen onze tornado’s dan ook 5 op de schaal van Fujita. Dat is de hoogste score.
Ik was trots om één middag bij hun ploeg te mogen horen.