11 juli-viering 2010
Op 11 juli gaf ik ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag deze speech.
"Dames en heren,
50 jaar geleden overleed Willem Elsschot. Daarom is Antwerpen dit jaar nog net iets explicieter “de stad van Elsschot” dan anders. Met wandelingen, literaire festivals, lezingen, tentoonstellingen, citaten in het straatbeeld en nog vele andere initiatieven eren we dit jaar één van de belangrijkste Vlaamse schrijvers.
Omdat we op de viering van de Vlaamse feestdag ook altijd een groot Antwerpenaar centraal plaatsen, lag het voor de hand om dit jaar voor Willem Elsschot te kiezen.
Vanmorgen eerden we hem op het Schoonselhof, zodadelijk bieden we u een voorstelling aan gebaseerd op “het Dwaallicht”.
Elsschot is onlosmakelijk verbonden met Vlaanderen en met Antwerpen. Los van alle literaire conventies speelde hij met de Nederlandse taal, hij schreef, herschreef, maar bovenal schrapte hij. Alle woorden moesten perfect gekozen zijn, ze mochten in geen enkel opzicht overbodig zijn én ze moesten op de juiste plaats staan. Hij slaagde erin ondanks een op het eerste zicht zakelijke stijl het gevoelsleven van zijn personages op een subtiele manier mee te geven. Soms integer en fragiel, soms boordevol twijfel of onrust, dan weer arrogant en bruut, maar altijd even menselijk.
Niet toevallig schreef hij vaak over de stad. Elsschot was een stadsmens, haalde zijn inspiratie uit wat hij zag in het dagelijks leven, maar was tegelijkertijd op de wereld gericht en sneed universele thema’s aan.
Zo werden hij en zijn boeken belangrijke ambassadeurs voor Vlaanderen en voor Antwerpen.
De liefde van Elsschot voor de Nederlandse taal brengt me bij een ander historisch feit dat nog ‘ns dertig jaar voor zijn overlijden plaatsgreep en waar ik op deze Vlaamse feestdag graag even wil bij stil staan.
Tachtig jaar geleden, in 1930, werd de eerste Vlaamse universiteit opgericht. De universiteit van Gent werd met ingang van het academiejaar 1930-1931 trapsgewijs vernederlandst.
Vandaag kunnen vele Vlaamse studenten zich niet voorstellen dat het gebruik van het Nederlands 80 jaar geleden niet vanzelfsprekend was. Ondertussen is de wereld kleiner geworden, zijn er uitgebreide uitwisselingsprojecten zowel voor studenten als voor professoren waardoor er aan onze universiteiten in verschillende talen wordt gedoceerd of les gevolgd. En dat is goed, maar de inspanningen die nodig waren om in het Nederlands les te kunnen krijgen mogen we niet vergeten. De Vlaamse strijd heeft ons immers veel verworvenheden geschonken die nu vanzelfsprekend lijken, maar waar indertijd zwaar voor moest worden geijverd.
De laatste jaren hebben we eens te meer ondervonden hoe de benoeming van burgemeesters in de rand rond Brussel en de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde tot grote verdeeldheid tussen Vlamingen en franstaligen kan leiden. De politieke impasse die daar het gevolg van is weegt door op ons land. Het is dan ook heel begrijpelijk dat het communautaire thema zo sterk heeft meegespeeld bij de laatste federale verkiezingen. Daarom moet er bij de huidige regeringsonderhandelingen een akkoord uit de bus komen, net zoals men er 80 jaar geleden in slaagde het gebruik van het Nederlands in de Gentse universiteit wettelijk te verankeren.
Het belang van hoogstaand onderwijs in Vlaanderen kan je niet overschatten. Vlaanderen moet garant blijven staan voor kwalitatief onderwijs waarin belang wordt gehecht aan mooi Nederlands en waarbij iedereen die er de capaciteiten voor heeft, wat ook zijn of haar afkomst is, kan doorstromen naar het hoger onderwijs.
In de huidige kennismaatschappij moet ons onderwijs een krachtige motor zijn voor de emancipatie van nieuwkomers en mensen uit zwakkere sociaaleconomische milieus. Doelgroepen die vooral in een stedelijke context een belangrijke uitdaging vormen. Daarom zetten we als stad sterk in op kennis van het Nederlands bij nieuwkomers. Mensen die zich hier vestigen, en hier deel willen uitmaken van het maatschappelijk weefsel slagen daar enkel in als ze ook de taal beheersen. Het is daarom belangrijk dat we met de nodige steun deze taalopleidingen blijven organiseren en nog uitbreiden.
Vlaanderen investeert in zijn steden, en dat rendeert. Via het stedenfonds krijgen we de ruimte om belangrijke initiatieven te kunnen realiseren. Het Vlaams Stedenfonds vertegenwoordigt in 2010 ongeveer 54 miljoen. Het stelt ons in staat om binnen belangrijke beleidsdomeinen als jeugd, cultuur, activering, onderwijs, stadsontwikkeling wonen of sport belangrijke projecten te realiseren. Zo konden we via het zogenaamde grond- en pandenbeleid de afgelopen jaren in moeilijkere stadswijken zeer veel verkrotte panden opkopen. We lieten ze door jonge architecten verbouwen en brachten ze dan terug op de markt. Dit zijn kleine maar belangrijke en heel gerichte ingrepen in het stadsbeeld.
Ik wil de Vlaamse regering daar voor bedanken en ik hoop dat we op dezelfde manier kunnen blijven samenwerken.
De subsidiariteit en het belang van duidelijke afspraken over de bevoegdheden van de verschillende bestuursniveaus is cruciaal. Zoals Vlaanderen naar meer autonomie streeft en naar meer bevoegdheden, vragen ook de steden en gemeenten naar meer ontvoogding en minder planlast. Dat zou de daadkracht en de efficiëntie van het stedelijke bestuur ten goede komen.
We moeten immers durven nadenken over wie wat doet en over wie waarvoor verantwoordelijk is. De steden hebben in Vlaanderen minder adviserende en meer beslissende bevoegdheid nodig. Zo adviseerde het Antwerpse college vorige vrijdag negatief voor de milieuvergunning van een steenkoolcentrale op het Antwerpse grondgebied die onaanvaardbaar veel CO2 zou uitstoten. Antwerpen is groot genoeg om zo’n beslissing zelf te nemen. Voor buitenlanders is het onbegrijpelijk dat een stad als Antwerpen slechts een adviserende bevoegdheid heeft over de belangrijkste infrastructuurwerken op zijn grondgebied. De Vlaamse steden hebben nood aan een volgende stap in hun ontvoogding. Net zoals Vlaanderen groot genoeg is om niet aan het handje van de federale overheid te lopen is Antwerpen groot genoeg om niet aan het Vlaamse handje te lopen.
Vanavond bent u allen uitgenodigd op ons jaarlijks cultureel programma op de Grote Markt. Eenmalig wordt tijdens dit programma ook de finale van het WK voetbal in Zuid-Afrika getoond. Dit is voor onze stad een historische wedstrijd met sterke sporen in onze geschiedenis. Onze Nederlandse buren hebben eeuwenlang de Schelde afgesloten. Dat ze dat deden was te wijten aan de Spaanse bezetting van Antwerpen in 1585. Misschien moeten we vanavond voor de scheidsrechter supporteren. Zonder electronische hulpmiddelen heeft die man onze steun echt wel nodig.
Terug naar Elsschot. En naar “het Dwaallicht”. Het werk waarin de stad Antwerpen misschien wel het meest een rol opeist. Na een toevallige ontmoeting gaat Laarmans in kleurrijk gezelschap op zoek naar de mooie Maria Van Dam. Uitgebreide vruchteloze omzwervingen door de stad doen hen beseffen dat ze haar misschien wel nooit zullen vinden.
Het muziektheatergezelschap Braakland/Zhebilding maakte hier een bewerking van die deze zomer ook in de programmatie van de Zomer van Antwerpen werd opgenomen, maar al heel snel uitverkocht was. We zijn dan ook blij dat we u vandaag speciaal voor de gelegenheid een extra voorstelling kunnen aanbieden, zodat u vandaag ook de zoektocht van Laarmans door de stad kan overdoen."
Patrick Janssens
11 juli 2010