jonge tweeverdieners horen in Antwerpen thuis

Ook zonder grondverslindende verkavelingen kan Antwerpen jonge gezinnen de gevraagde woonkwaliteit bieden. Vandaag ontvluchten tweeverdieners met kinderen nog altijd de stad. Ze strijken neer in de groene rand of wat daarvan overblijft. Ondervraagd over hun droomwoning denkt bijna zestig procent van de Vlamingen aan een vrijstaande woning. Meer dan veertig procent verkiest spontaan het platteland, slechts tien procent de stad. De meeste Vlamingen blijven dus dromen van een villa, fermette of huisje in het groen. Het klassieke huisje-tuintje blijft het woonideaal. Dat is er de voorbije zestig jaar met de paplepel ingegoten. En er is ook alles aan gedaan om de droom van de woning buiten de stad in vervulling te laten gaan. In een brede cirkel rond Antwerpen is een agglomeratie gegroeid, bezaaid met vrijstaande woningen op grote percelen grond. De lage woondichtheid van deze verkavelingen zet aan tot een hoog autogebruik. In die mate zelfs dat uitgerekend de auto, die het wonen in de rand of op het platteland mogelijk heeft gemaakt, het buiten de stad wonen steeds meer begint te hypothekeren. Het nakende verkeersinfarct zal mensen er ongetwijfeld toe aanzetten om weer in de stad te komen wonen. Maar er is veel meer nodig. Willen we binnen de stad zo nauw mogelijk aansluiten bij het door de Vlaming verkozen woonmodel, dan moeten we het roer omgooien. Uiteraard is de stad niet de plek om varianten op de klassieke Kempense verkaveling uit te tekenen. Dat is onverantwoord morsen met de schaarse ruimte. En vanzelfsprekend moeten we in de stad hoger durven bouwen dan in de rand. Ook daar geldt dat kwaliteit de norm is, in alle mogelijke prijsschakeringen. Voor het duurste segment is er zeker een markt voor 55-plussers die hun villa in Brasschaat, Aartselaar of Schilde willen ruilen voor het centrum van de stad, waar ze ook zonder auto mobiel kunnen zijn. De stad maakt die keuze voor hoogbouw eenduidig aan het Kattendijkdok op het Eilandje, waarvoor internationaal gewaardeerde architecten als Diener en Diener, David Chipperfield Architecten en Gigon/Guyer moderne woontorens hebben ontworpen. We maken die keuze ook in gemengde projecten, zoals Eksterlaar in Deurne of Neerland in Wilrijk. Omdat er inderdaad nog altijd een grote vraag naar flats bestaat. En omdat hoogbouw ruimte uitspaart, die kan benut worden voor de aanleg van het openbaar domein dat zo belangrijk is in een stad. Ook zonder grondverslindende verkavelingen kan Antwerpen jonge gezinnen de gevraagde woonkwaliteit bieden. We hebben namelijk al vele duizenden huizen of gebouwen die als woning kunnen worden gebruikt. Los van hun vorige bestemming zijn zij een grondstof. Ook dat is duurzaamheid. Jonge gezinnen moeten dus geen dure grond kopen waarop ze na jaren sparen kunnen bouwen. Ze kunnen in de stad een structureel goed gebouw kopen, dat hen veel mogelijkheden biedt. We hebben in 't Stad nog bijkomende troeven, want we kunnen een kwalitatieve woonomgeving koppelen aan de vele voordelen van de stad (cultuur, voorzieningen, bereikbaarheid, uitgaansmogelijkheden?). Dan moeten we wel op de juiste plekken de uniforme appartementsbouw achter ons durven laten. En dan moeten we waar we kunnen ook stoppen met de bouw van de stereotype en architecturaal waardeloze blokkendozen met drie verdiepingen en een plat dak die sinds de jaren zeventig en tachtig ook de straten van onze eigen stadsrand zijn komen ontsieren. Als we die keuze maken, hebben we aan jonge gezinnen meer te bieden dan de gemeenten in de wijde omgeving. Niet toevallig doen stadsdelen met een groot, structureel gezond aanbod aan eengezinswoningen met een stadstuintje, het vandaag al erg goed. Als deze buurten ook nog eens beschikken over voldoende openbaar groen, goed openbaar vervoer, kwalitatief publiek domein en allerhande voorzieningen, zijn ze nu al zeer gegeerd om te wonen.