cultuur voor iedereen

Waarom kan de opera geen voorstellingen op de Groenplaats of in het Centraal Station geven? En waarom kan de modeacademie haar jaarlijks eindejaarsdefilé in de Nationalestraat organiseren? Ook cultureel is Antwerpen een te verdeelde stad. 't Stad is van iedereen' is het motto van deze stad. En dus moet ook het culturele aanbod van iedereen zijn. Niet iedereen moet van alles (en iedereen) houden en niet iedereen moet aan alle culturele activiteiten deelnemen. Maar het mag best wat meer zijn. Weinig Antwerpenaars bezoeken de kathedraal om de kruisoprichting en kruisafneming te bekijken. Ik zou ze de kost niet willen geven, de Antwerpenaars die sinds hun schooltijd geen voet meer zetten in het Rubenshuis of de kathedraal. En toch werd Rubens met voorsprong verkozen tot de grootste Antwerpenaar, is elke Antwerpenaar apetrots op zijn bekendste stadsgenoot, en speelt de stad de beeltenis van de schilder uit in elke toeristische brochure. Rubens is een icoon maar ook de ambassadeur van de stad. Hij is de Antwerpenaar bij uitstek. Zo?n erkenning bereiken, als individu of als groep, moet toch het streven zijn van elke cultuurspeler in de stad, of hij nu werkt voor het Toneelhuis, de Filharmonie, de opera of het ballet? Er zijn mooie bewijzen dat zoiets wel kan. Poëzie behoort op het eerste gezicht zeer zeker tot de meer elitaire kunstvormen. Ze is vaak hermetisch en heeft een klein bereik. In ons taalgebied blijft de oplage van een bundel van zelfs een gerespecteerd dichter beperkt. Toch bereikten uitgerekend drie stadsdichters ? door het bestuur gevraagd om tegen een kleine vergoeding een aantal stadsgedichten te produceren en te verspreiden ? nu al voor de derde keer op rij heel veel Antwerpenaars. De Filharmonie begeesterde met haar concerten op het Sint-Jansplein duizenden mensen die zelden of nooit de weg naar deSingel of de Elisabethzaal vinden, en bij Zuiderzinnen zitten er duizenden mensen in de herfstzon op het museumplein te genieten van literaire optredens. Laika schitterde in de Statiestraat Driekoningenstraat in Berchem met Hotel Ideal. De winkelende menigte werd plots een theaterpubliek. De publieke ruimte is voor kunstenaars een ideale plek om te morrelen aan conventies en verwachtingspatronen. Antwerpen Averechts, organisator van stadswandelingen, kleurt ook met overtuiging buiten de lijnen van het geijkte parcours. Met veel succes. In Antwerpen Noord werkten ze een coiffeurwandeling uit langs de vele kappers van verschillende nationaliteiten. Het schitterende beeld Pepto Bismo van Panamarenko staat te blinken op het Sint-Jansplein. Alsof buurtjongen Panamarenko zoveel jaar later uit zijn atelier stapt en aan de hele stad laat zien: 'Kijk, ik kan vliegen!' Een mooier statement is moeilijk denkbaar. Al deze voorbeelden illustreren dat kunstenaars en andere creatieve geesten de veelbesproken drempel naar de cultuurpaleizen makkelijk kunnen wegnemen. Als ze het zelf maar belangrijk genoeg vinden om zich in de publieke ruimte te begeven en te bewegen. Als stad moeten wij dat alvast belangrijk vinden en stimuleren. Want waarom kan de opera geen voorstellingen op de Groenplaats of in het Centraal Station geven? Omdat opera in openlucht niet overeind zou blijven? Waarom lukt dat dan wel in de arena van Verona? En waarom kan de modeacademie haar jaarlijks eindejaarsdefilé niet in de Nationalestraat organiseren? Het zou veel Antwerpenaars met reden trots maken op hun modeacademie die studenten van over de hele wereld aantrekt. Samengevat: niet elke Antwerpenaar moet naar het Toneelhuis, maar Guy Cassiers en zijn ploeg moeten er wel voor zorgen dat zoveel mogelijk Antwerpenaars trots zijn op hun Toneelhuis. En de eenvoudigste manier om dat te bereiken is dat onze grote huizen zo af en toe de deur van de Bourla of een andere cultuurtempel achter zich dichtslaan en de stad intrekken.