Vrybrief, het eerste stadsgedicht van Peter Holvoet-Hanssen

Zing 'mijn stad, open u' – vier torens in de wind die krimpt
wees welkom en Salaam Alaykum – ook wie thuisloos is
gehavend of in de goot: trapt 't af, pakt auwen boel
of: schat, ne koffe? Hier, een warme zjat –

Zo dacht ik te beginnen
maar de meeuwen streken neer
als boekaniers, o schoon verdiep – het volk beneden u
bij onze woordenkraam, de kathedraal een baken; zie
daar rijst voor ogen poëzie, de spandoek van ons Fien

Zo dacht ik te beginnen maar de geur van gaarkeukens
kroop met de Scheldelucht in mijn gedicht, een stem die sprak
Zijn kop was als een boot: 'Langs alle kanten voelt ge wind
die waait door 't hart van 't Stad, van Jef en zijn Marie tot Mo.
't Is toch zo simpel, luister goed: hier komt de stad dichter.'

Wie je niet ziet op straat,
ben ik, die naast je gaat.
De schipper zonder boot,
de zeiler zonder wind.
De schilder zonder verf,
de schrijver zonder woorden.
Hij denkt er het zijne van,
de zwerver die niet slapen kan.
Geef daarom ook jouw woord aan onze stad en teken hier